Bijensterfte

In de media is er de laatste jaren veel aandacht voor de situatie van bijen. Deze aandacht richt zich vooral op de honingbijen. Massale sterfte zoals die in Amerika heeft plaatgevonden spreekt tot de verbeelding. Nederland wordt ook getroffen. De bijensterfte zou bij ons rond de 25 % liggen. Een sterfte van van vijf tot tien procent is normaal. Ook met veel wilde of sloitaire bijen gaat het minder goed.

De media besteedt veel aandacht aan de rol van insecticiden bij bijensterfte. De nieuwste insecticiden, met neonicotinoiden ( imidacloprid, clothianidine, thiametoxam om er enkele te noemen) als werkzame stof zouden zeer schadelijk zijn voor de bijen en onder andere orientatie-problemen veroozaken. Wat daar precies van waar is, laten we hier in het midden.

Behalve de neonicotinoiden zijn er ook andere problemen als vermindering van de biodiversiteit, klimaatverandering en verstedelijking die mogelijk bijdragen aan verhoogde bijensterfte.  Eén oorzaak is bovenal duidelijk. De invasieve exotische parasitaire mijt Varroa destructor. Ze houdt huis in onze bijenvolken sinds de jaren tachtig en is aantoonbaar vaak de hoofdoorzaak van gestorven bijenvolken. Het volgen van een behandelplan tegen deze mijt is een noodzaak om tot sterke en gezonde bijenvolken te komen. 

U kunt hier meer lezen over bijenziekten.