Kalkbroed

Kalkbroed wordt veroorzaakt door de schimmel Ascosphaera apis. Ze is sporevormend. De sporen kunnen 15 jaar lang actief blijven. Schimmels vormen schimmeldraden. Deze draden vormen samen een soort vlechtwerk dat mycelium wordt genoemd. Schimmels kennen geen geslachten. De schimmeldraden kunnen daarentegen wel positief of negatief zijn. Wanneer een + en een - draad elkaar ontmoeten, kan er sporevorming optreden.

          

                    sporevorming (zwart)                                             mycelium

Wanneer de sporen worden opgenomen (via de mond), ontkiemen ze in de darm van de larve. De opname vindt plaats als de larve tussen de 3 en 6 dagen oud is. Het mycelium begint te groeien en breekt door de darm van de larve. Het mycelium groeit uiteindelijk door het achterlijf van de larve heen waarbij het vaak de kop intact laat. Er kan zo een kalkwitte mummy ontstaan. Wanneer er sporevorming optreedt, kleuren de dode larven donker. A. apis groeit het best bij een temperatuur van rond de dertig graden. Experimenten hebben aangetoond dat het broed het meest gevoelig is voor infectie vlak nadat het gesloten is. Temperatuurdalingen onder de 35 graden die enkele uren aanhouden, verhogen de kans op infectie.

Er is geen aanleiding om maatregelen te nemen tegen kalkbroed. Zorgen voor voldoende sterke bijenvolken zou kalkbroed grotendeels moeten voorkomen. Soms kan een gezond bijenvolk dat teveel bijen heeft afgestaan, bijvoorbeeld aan een kunstzwerm, door gebrek aan broedverzorging en -verwarming kalkbroedschade gaan vertonen aan de randen van het broednest.