Nieuwsflits 6

Nestblokken binnen halen

De nestblokken kunnen op verschillende momenten worden binnen gehaald. Met binnen halen bedoelen we het weghalen van nestblokken van het teeltoppervlak en het wegzetten op een doge en beschutte plek in een stal of schuur waar de buitentemperatuur heerst. Hieronder volgt een korte beschrijving van de mogelijkheden:

  1. Direct na het eindigen van de vlucht, of zelfs wanneer de laatste vrouwtjes nog vliegen. De voordelen hiervan zijn dat de nestblokken minder lijden omdat ze maar kort buiten staan (ongeveer zes tot acht weken) en dat het droog stallen van de blokken de ontwikkeling van mijten kan remmen. In Amerika halen sommige telers van de blauwe boomgaard bij (Osmia lignaria) de blokken vroeg binnen en zetten ze weg bij kamer temperatuur. De warmte en droogte remt de ontwikkeling van mijten maar kan ook leiden tot het te vroeg spinnen van de cocon door de larve waardoor de bij lichter blijft.  Nadeel van deze methode is mogelijk coconverlies doordat vrouwtjes het nestelen onmogelijk wordt gemaakt. Tevens dient het vervoeren van de nestblokken voorzichtig te gebeuren omdat nog veel bijen zich in het larvestadium bevinden en niet los gestoten mogen worden van de stuifmeelvoorraad. Niettemin worden met deze methode goede resultaten behaald en lijkt het risico van lichte bijen beperkt
  2. Op ieder moment tussen het einde van de vlucht en half september (begin van diapauze). Het begin van diapauze vindt plaats ongeveer een twee tot vier weken nadat de ontwikkeling van de bij in haar cocon is afgerond, over het algemeen medio september. Droog en beschut wegzetten. De cocons nog niet oogsten tot alle bijen volwassen zijn.
  3. Na het begin van de diapauze (half september) maar voor de winter. Nadeel van deze methode is dat de blokken buiten staan in gure omstandigheden en het hout gaat werken. Een tweede nadeel kan ontstaan bij een warme herfst. Bijen die na het begin van diapauze te warm worden bewaard, houden hun metabolisme kunstmatig laag waarbij er gewichtsverlies plaatsvindt. Wanneer de gehoornde metselbij bijvoorbeeld niet wordt gekoeld maar bij twintig graden wordt gehouden, zijn ze in december meer dan de helft van hun gewicht verloren en sterven ze in hun cocon. Om geen risico op onnodig gewichtsverlies van bijen te lopen, kunnen de bijen gekoeld worden vlak nadat ze in hun diapauze het moment van de laagste stofwisseling hebben bereikt. Het is bij deze benadering dus van belang dat de nestblokken worden binnengehaald op een tijdstip dat het mogelijk maakt de cocons te koelen vier tot zes weken nadat de bijen in hun cocon volwassen zijn geworden

Diapauze

Het woord diapauze is al diverse keren gevallen. Om te begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt tijdens de teelt van de Rosse en Gehoornde metselbij, bijvoorbeeld het moment van oogsten, inwinteren en koelen, kan het verhelderend zijn om meer te leren over dit proces. 
Het woord ‘diapauze’ wordt in een brede context gebruikt maar meestal om een fase van verlaagde activiteit in insecten aan te duiden. De stofwisseling vertraagd en er is sprake van beperkte mobiliteit en activiteit. Dit helpt bij het doorstaan van ongunstige omstandigheden en stelt insecten in staat hun levenscyclus te synchroniseren met de seizoenen. Diapauze kent een enorme verscheidenheid aan vormen. Voor de Rosse en de Gehoornde metselbij geldt dat ze een diapauze hebben onafhankelijk van a-biotische factoren zoals daglichtlengte en temperatuur en dat ze diapauze ondergaan in volwassen toestand zonder te eten. Ze hebben dus geen mogelijkheid om reserves op te bouwen voor het begin van de winter. Het is daarom belangrijk dat de bijen hun eiwit/vetlichaam grotendeels behouden gedurende de winter en zo over voldoende reserves beschikken om vitaal aan het voorjaar te beginnen. De bijen moeten dus ‘op gewicht’ blijven.

Fase één: initiatie van diapauze

Dat gebeurt nadat de bijen volwassen zijn geworden in hun cocon. De ontwikkeling van de bijen komt vrijwel tot stilstand en de stofwisseling daalt sterk in een periode van enkele weken. Na ongeveer vier weken is de zuurstofopname tot het laagte niveau gedaald en treedt de diapauze in.

Fase twee: diapauze

Nadat de zuurstofopname het laagste niveau heeft bereikt, blijft deze laag totdat de koeling intreed. Zodra de bijen gekoeld worden, reageren ze hier op door hun stofwisseling te verhogen. Dit wordt gezien als overgang naar de derde fase.

Fase drie: beëindiging van de diapauze

De beëindiging van de diapauze is een proces dat enkele maanden duurt. De stofwisseling van de bij is afgevlakt op een laag niveau en neemt langzaam toe.

Fase vier: post diapauze rust

De zuurstofopname neemt logaritmisch toe waarbij hogere temperaturen zorgen voor een steilere kromme. Met andere woorden: hoe hoger de gemiddelde wintertemperatuur des te sterker is de groei van de zuurstofopname. Bijen die eerder op een bepaald opnameniveau bereiken, kunnen eerder uitlopen.

Vette bijen

Een gezonde populatie metselbijen heeft een sexratio tussen de 1 - 1.1/1.5 en vette bijen (>170 mg voor vrouwtjes in cocon). Met andere woorden het aantal mannetjes is ongeveer gelijk aan het aantal vrouwtjes of iets hoger. Vaak is aan de nesten al te zien of de verhouding mannetjes en vrouwtjes ongeveer gelijk is en of er genoeg stuifmeel is verzameld om vette bijen te krijgen. Onderstaand ziet u twee foto’s, één van een nest waarbij de vrouwtjes voldoende stuifmeel hebben verzameld en één van een nest waarin er duidelijk minder stuifmeel door de vrouwtjes is verzameld. We hebben de cocons geopend en op geslacht gedetermineerd. Opvallend was dat in de nesten met vette bijen de volgorde van mannetjes en vrouwtjes nogal wat variatie vertoonde. Nesten zijn van de Rosse metselbij.

Foto 1
Nest met vette bijen, nestopening links:
Twee nesten met overwegend vrouwtjes, één nest met overwegend mannetjes en één nest met evenveel mannetjes als vrouwtjes, met drie mannetjes op de eerste   drie plaatsen
Vrouwtjes allemaal boven de 180 mg

 


 

Foto 2
Nest met lichte bijen, nestopening links:
Minder vrouwtjes en kleinere vrouwtjes
De vrouwtjes wogen in cocon niet meer dan 150 mg, de meeste minder dan 130 mg

 

 

 

Het is ons niet geheel duidelijk wat precies de oorzaak is van lichte bijen. Duidelijk is dat er minder stuifmeel door de vrouwtjes wordt verzameld dat resulteert in kleinere en lichtere bijen en meer mannetjes. Wellicht dat ook het soort stuifmeel een bijdrage levert.
Door de korte en heftige bloei van dit voorjaar is het  mogelijk dat er niet voldoende stuifmeel voor en na de bloei van het gewas kon worden verzameld.
Als door weersomstandigheden het aantal vlieguren is beperkt, kan dat ook nog van invloed zijn.
Wellicht dat het aantal lichte vrouwtjes in de aanvangspopulatie al groot was.