Nieuwsflits 3

Gehoornde metselbij, Osmia cornuta

De vlucht van de ‘wilde’ gehoornde metselbijen is vrijwel op haar eind gekomen. De bijen zijn zichtbaar verouderd. Ze vliegen minder goed, de vleugeleinden zijn rafelig geworden en het rode achterlijf is minder behaard en verkleurd. Sommige oude bijen sluiten lege nestgangen af. Waarom ze dat doen is onduidelijk. Mogelijk heeft ze geen energie meer voor een geheel nieuwe broedcel of is er geen stuifmeel meer in de directe omgeving en heeft ze een andere tijdsbesteding nodig. Linksonder op de foto ziet u een oude dame. Ze heeft gevlogen vanaf 10 april (ongeveer) de foto is van 10-05-2013. Op de achtergrond een vrouwtje van de Rosse metselbij, Osmia bicornis. Rechts de felgekleurde haren op het achterlijf van een jong cornuta vrouwtje.


        

We hebben op drie verschillende plaatsen Gehoornde metselbijen ingezet tijdens de bloei van kersen en peren. De bijen zijn uitgezet op 24 en 25 april. Één dag later liepen de eerste mannetjes al uit en drie dagen later de eerste vrouwtjes. Binnen ongeveer zes dagen waren alle bijen uitgelopen. De paring verliep vlot en enkele dagen geleden zijn de eerste nestgaten gesloten. Omdat de bloei van de kersen en de peren kort en heftig was, ruim één week, vliegen de bijen nu op de appelbloemen als die binnen vliegafstand liggen. De Gehoornde metselbij heeft een voorkeur voor het stuifmeel van Rosaceae-soorten als kersen, peren en appels. Ze is tevens polylectisch, m.a.w. ze kan stuifmeel en nectar verzamelen op een breed scala van bloemen. (foto's vlnr: Appel peer en kers Geldermalsen, kers en peer Ommeren, Kers Heeswijk-Dinther)

    

Parasieten van metselbijen: Cacoxenus indagator

Cacoxenus indagator in actie (video)

Op dit moment is het opletten of je het vliegje Cacoxenus indagator ziet . Een veel voorkomende parasiet die verschijnt aan het einde van de broedtijd van de Gehoornde metselbij. Ze is aanwezig bij vrijwel iedere nestopstelling. Dit “metselbijvliegje” gaat zitten op het nestblok en wacht een mogelijkheid af om een open nestgang binnen te gaan. Als ze de gelegenheid ziet, loopt ze snel naar binnen en legt ze haar eitjes op de stuifmeelvoorraad in de cel. De larven die uit de eitjes komen eten het stuifmeel op en de bijenlarve sterft door voedselgebrek. De larven verpoppen zich niet voor de winter maar blijven in de broedcel als vliegenmaden. 

       

Wanneer u de cocons oogst kunt u zoiets aantreffen al rechts op de foto. De broedcel is gevuld met vliegenmaden en hun uitwerpselen (oranje sliertjes). Als de temperatuur in het voorjaar oploopt, verpoppen ze zich en breken door de afsluiting van de cel heen. Dit kunnen ze doen door hun hoofd in een oneffenheid van de afsluitwand te drukken en het op te pompen met lichaamsvloeistof om zo een gaatje te maken waardoor ze kunnen ontsnappen. Er is niet zo veel tegen te doen anders dan geregeld controleren of de aantallen niet oplopen. Met wat handigheid zijn ze met je vinger tegen het nest-blok dood te drukken (foto linksonder) of te vangen met een zuigslangetje. In ieder nestblok gaan er wel enkele cellen verloren vanwege deze vlieg. De infectiegraad was echter nog niet hoger dan één procent.

Wetenschap: Wat is een Vestibulum?

Een vestibulum is een lege buitenste broedcel van een nest. De meeste Osmia soorten bouwen ze. De precieze functie is niet geheel duidelijk. Zoals je op de foto kan zien zijn de vestibulums van verschillende lengte en hebben de nestafsluitingen een variërende dikte. De broednesten op de foto zijn van de Rosse metselbij. Wanneer u een nestblok in een beschermde omgeving plaatst, dan zullen de bijen in het nestblok gaan nestelen maar bouwen veel minder vestibulums. (Seidelman, 1999)

Seidelman stelt dat een vestibulum diverse functies zou kunnen hebben:

  1. Het kan een maatregel zijn tegen parasieten die het nest willen binnendringen     
  2. Het kan dienst doen bij  temperatuurregulatie 
  3. Het kan de overgebleven ruimte in een nest vertegenwoordigen

Zoals op de foto is te zien is de lengte van het vestibulum vaak langer dan de lengte van een broedcel, dat zou betekenen dan de derde stelling geen stand houdt. Echter in een beschermde omgeving waar veel minder vestibulums worden gebouwd, zijn ze bijna allemaal wel kleiner dan de lengte van een broedcel.

Wanneer een vestibulum dienst doet bij temperatuurregulatie zou je verwachten dat nesten zonder een vestibulum mogelijk temperatuurschade oplopen in de buitenste broedcel. In het onderzoek van Seidelman waren daar geen aanwijzingen voor.

Als een vestibulum een maatregel tegen parasieten is zou je verwachten dat alle nesten er één hebben, ook in een beschermde nestomgeving waar parasieten de nesten eenvoudig kunnen vinden. Dat was niet het geval. Anderzijds hadden nesten die actief door Cacoxenus indagator werden bevlogen relatief meer vestibulums

Seidelmans ondezoek toonde verder statistisch aan dat het voorkomen van een vestibulum gerelateerd is aan de parasitaire druk op het hele nestblok in plaats van op een individueel nest.