Nieuwsflits 9

Waarom komen de cocons niet allemaal uit?

Wanneer u metselbijen gebruikt bij de bestuiving van uw gewas, is het u vast opgevallen dat niet alle cocons uitkomen. Een gedeelte (tussen de nul en vijf procent) komt niet uit en blijft cocon, ten minste op het moment dat de meeste bijen uitlopen. Wanneer u de niet uitgekomen cocons nog even laat liggen en ze na zes weken nog een keer bekijkt, kan het zijn dat er meer cocons open zijn gegaan en anderen gesloten blijven. De geparasiteerde cocons zijn dan ook uitgekomen.
De oorzaak van het niet uitkomen van cocons is divers. In deze nieuwsflits beperken we ons tot de meest voorkomende oorzaken in onze populaties dit jaar.

1.    De cocon is geïnfecteerd door Monodontomerus spp. Dit is een sluipwespje dat een cocon aanprikt met een legboor en er eitjes in afzet. De eitjes komen uit en de larven eten de bijenlarve op. Wanneer u de cocon opent, treft u de larven of poppen van de wesp aan. Op de onderstaande foto’s ziet u larven en poppen (foto’s 01-05-2014).

      

 2.    De cocon is geïnfecteerd door de wespensoort Melittobia spp. Het schadebeeld is hetzelfde als bij Monodontomerus alleen zijn de larven ongeveer de helft kleiner.


3.    De cocon is geïnfecteerd door de muurrouwzwever. U treft in de cocon de larve van de vlieg aan.      

4.    De cocon bevat een bij die tijdens de ontwikkeling tot volwassen bij is gestorven. Het is mogelijk dat het oogstproces een rol heeft gespeeld.

5.    Bij het oogsten van cocons uit nestblokken die aan één kant gefreesde nestgangen hebben, lopen de cocons van de Gehoornde metselbijen soms schade op doordat ze erg vastzitten in de nestgang. Door de druk die uitgeoefend wordt op de cocon kan bijvoorbeeld de ontlasting uit de bij worden geduwd en er schade aan organen ontstaan. We zijn daarom overgestapt op aan twee kanten gefreesde nestgangen.

Jaarlijkse ontwikkeling van een populatie metselbijen


Fase 1 Uitlopen en paren - De mannetjesbijen lopen als eerste uit. Enkele dagen daarna de vrouwtjes. De paring volgt snel na het uitlopen. Paringen gebeuren veelal bij de plaats waar de bijen uit hun cocon zijn gekomen. Ook kunnen er paringen op bloemen worden waargenomen. De timing van het uitlopen hangt samen met de duur van de winter en de voorjaarstemperatuur.


Fase 2 Rijpen - Tijdens deze periode verdwijnen de vrouwtjes bij de nestgelegenheden. Ze overnachten op bomen of bloemen in het veld. Na twee tot vijf dagen zijn de eicellen/eierstokken rijp. Voor het rijpen van de eicellen is reservevoedsel nodig dat de bijen voor de winter hebben opgebouwd. Een overwintering onder de juiste voorwaarden is hierbij van belang. Gehoornde metselbijen kunnen tijdens het rijpen in de buurt van de nestgelegenheid samenscholingen vormen van mannetjes en vrouwtjes op bijvoorbeeld boomstammen. Na het rijpen beginnen de vrouwtjes een nest en verzamelen ze zich bij de nestplaatsen waar ze nestgangen inspecteren.


Fase 3 Nestbouw - Vrouwtjes maken broedcellen in nestgangen waarbij ze in iedere broedcel een voorraad aanleggen van stuifmeel  gemengd met nectar. Op deze stuifmeelvoorraad wordt een eitje gelegd. Per dag kan één tot anderhalve broedcel worden geproduceerd. Individuele vrouwtjes zijn 20 tot 25 dagen actief. Op de onderstaande fotoserie ziet u de nestbouw fase van een populatie Gehoornde metselbijen op één van onze teeltlocaties dit voorjaar. De eerste vrouwtjes betrokken het nestblok 16-03. Op 29-03 werden de eerste nesten gesloten (foto's van: 29-03, 02-04, 06-04, 12-04, 16-04, 26-04)

      

 

Fase 4  Ontwikkeling – Eitjes komen uit na ongeveer een week. De ontwikkeling tot volgroeide larve duurt ongeveer een maand. Deze spint in 4-8 dagen een cocon. De larve (prepupa) ondergaat dan in de cocon een soort rustfase en verpopt na één tot drie maanden. Hiervoor zijn hogere temperaturen nodig (22-25 C). Na één tot anderhalve maand komt de volwassen bij uit.

Fase 5  Voorwinter -  Nadat de volwassen bij is uitgekomen (in de cocon) daalt na een dag of vijf de stofwisseling. Dat gebeurt ongeacht de buitentemperatuur. Dat is meestal eind augustus of begin september. Wanneer de buiten-temperatuur gaat dalen in de herfst reageert de bij door de stofwisseling te verhogen tot een bepaald niveau en het daarna langzaam te laten toenemen. De stofwisseling is nog steeds zeer beperkt. De tijd die verstrijkt tussen het uitkomen van de volwassen bij in de cocon en het dalen van de temperatuur in de herfst noemen we de voorwinter. Deze periode duurt bij voorkeur 15-30 dagen. Daarna worden de bijen gekoeld. Bijen die niet gekoeld worden en bij hogere temperaturen worden bewaard, handhaven de lage stofwisseling ten koste van energie en verliezen gewicht. Het is daarom van belang niet later dan dertig dagen nadat alle bijen volwassen zijn te beginnen met koelen. Om te bepalen wanneer de bijen volwassen zijn, is het aan te raden wekelijks cocons te openen. Eerst mannetjes, daarna ook vrouwtjes. Wanneer alle gecontroleerde vrouwtjes volwassen zijn, kan er gekoeld worden.

Fase 6 Winter – Tijdens de wintermaanden worden de bijen gekoeld tot ongeveer 2-4 graden C. Bij voorkeur worden de bijen 150 dagen gekoeld. Vanaf eind februari kunnen de bijen weer in het veld worden gebracht. Eerst de Gehoornde metselbijen en daarna de Rosse metselbijen.