|
|
Acarapis woodi, 'de tracheemijt' |
| De tracheemijt, behorend tot de arachnida (spinachtigen), leeft en plant zich voort in de tracheeën (adem-halingsbuizen) van de honingbij. De mannetjes zijn 85-155 µm lang en 60-85 µm breed. De vrouwtjes zijn 110-180 µm lang en 65-85 µm breed. Een ei heeft een lengte van 110-128 µm en is 55-65 µm breed. Acarapis woodi is verantwoordelijk voor het uitroeien van vrijwel de gehele bijenpopulatie in Engeland vroeg in de vorige eeuw. |
|
Op de bovenstaande rechterfoto ziet u eitjes in een trachee. Op de foto links ziet u mijten in een trachee. De volwassen mijten verlaten op een bepaald moment de trachee en kruipen naar de vleugelbasis van de bij waar ze door het dunne gedeelte van het chitinepantser relatief gemakkelijk bij de haemolymphe kunnen komen. Buiten het lichaam van de bij kan de mijt echter niet lang meer leven. In een gestorven bij leeft een mijt nog maximaal 48 uur. De mijten zullen zich dan letterlijk een weg naar buiten proberen te bijten. |
|
|
|
Ziektebeeld |
|
Doordat de ademhalingsbuizen van de bij verstopt raken komt de bij in ademnood. De bijen zullen proberen naar buiten te gaan in een poging om beter te ademen. Doordat ze daarbij nog meer energie verspillen, vallen ze op de grond en ziet u voor de kast bijen die omhoog proberen te klimmen. Ook ziet u 'krabbelaars', bijen die doelloos rondkruipen voor de kast en van uitputting niet meer kunnen vliegen. |
|
Zelf onderzoek doen |
|
Wanneer u beschikt over een binoculair en een microscoop is het mogelijk om zelf onderzoek te doen naar een dode bij en bij sterfte vast te stellen of het gaat om Acarapis woodi. Denkt u eraan om bij onderzoek meerdere (bijvoorbeeld 50) bijen te onderzoeken om een betrouwbaar beeld te krijgen. Bij het doen van onderzoek moet benadrukt worden dat dat in eerste instantie een taak is voor gespecialiseerde instellingen (bijv bijen@wur). Mocht u met verdachte en onverklaarbare sterfte te maken krijgen dan is het verstandig bijen@wur in te schakelen. Dit neemt natuurlijk niet weg dat u ook zelf over mogelijkheden beschikt om een diagnose te stellen. |
| Kort samengevat kunt u bij verdenking van Acariose de tracheeën van bijen onderzoeken. Dit doet u door het eerste borstsegment van de bij vrij te prepareren. Na het verwijderen van de kop trekt u met een pincet voorzichtig dit eerste segment los. Dit vergt enige handigheid. Bekijk de bij nu onder een binoculair. U kunt nu tracheeën zien liggen (foto rechts) en deze met een zeer fijne pincet lostrekken. Breng de trachee nu op een objectglas en voeg een druppeltje water toe. Bekijk het onder verschillende vergrotingen om een volledig beeld te krijgen. |
 |
| In een gezonde bij zijn de tracheeën volledig wit. U ziet duidelijk chitineringen. Bij een geinfecteerde bij kunt u zwarte/bruine puntjes of vlekken op de trachee zien. Bij hogere vergroting kunt u de mijten en eitjes zien. In het boek Bienenkrankheiten (ISBN 3-440-10407-9) van Dr friedrich Pohl kunt u uitgebreide omschrijvingen terugvinden van de onderzoeksmethoden. |
| |
|
Behandeling |
Larve 'op wacht' bij uiteinde geprepareerde trachee. |
| Mogelijk vanwege de regelmatige behandelingen die we uitvoeren tegen de Varroa mijt en/of door opgebouwde resistentie door selectie is de tracheemijt niet meer zo'n probleem. Er bestaan echter diverse behandelingen. Groene Folbex rookkaarten kunnen worden gebruikt alsook PK-rookkaarsen. U kunt tevens tijdens het inwinteren thymol of menthol kristallen gebruiken. Het plaatsen van een luciferdoosje met kristallen op de bovenkant van de ramen volstaat hiervoor. | |
|
Lees ook: http://documents.plant.wur.nl/ppo/bijen/acarapis-1.pdf |
|
 |
| |
|