|
|
Varroa destrcuctor |
|
Op dit moment heeft de honingbij te maken met een zeer gevaarlijke parasiet. De varroa-mijt. Zonder jaarlijkse behandelingen tegen deze mijt zouden bijenvolken niet lang leven. Tevens zijn het vectoren als het gaat om de overdracht van virussen. Aangetoond is dat volken met een hoog aantal varroa-mijten gevoeliger zijn voor virusinfecties.
De Varroa-mijt behoort tot de spinachtigen en is ongeveer 1.6 mm breed en 1.1 mm lang. Ze heeft een lang breed rugschild met haren. Op het eerste paar poten bevinden zich chemoreceptoren. Het mannetje, dat alleen in gesloten broedcellen voorkomt, is rond met een diameter van ongeveer 0.8 mm. |
 |
|

 |
De levenscyclus van de mijt begint als een volwassen mijt vlak voor het sluiten van de broedcel de cel in kruipt. Ongeveer 2,5 dagen later legt ze haar eerste eitje. Daarna legt ze ongeveer om de 30 uur een volgend eitje. Uit het eerste eitje komt gewoonlijk een mannetje. Dit mannetje is haploid en ontstaat, net zoals een dar, via parthenogenese. De eitjes die daarna worden gelegd, ontwikkelen zich doogaans tot vrouwtjes die in de cel door het mannetje bevrucht worden. Via diverse stadia ( protonymphe en deuteronymphe) ontwikkelt het vrouwtje zich in zeven tot acht dagen tot een volwassen mijt. Dit betekent dat bij het verlaten van de cel diverse bevruchte vrouwtjes op de bij aanwezig kunnen zijn. Aangezien darren de langste broedperiode vergen, kan in darrenbroed een maximaal aantal vrouwtjes tot volwassenheid komen. De mijt heeft dan ook een voorkeur voor darrenbroedcellen.
Linksboven ziet u een opname van het vrouwtje van onder bezien en linksonder ziet u het mannetje, dat ronder is en alleen in de broedcellen van het bijenvolk voorkomt. |
|
Mijtval |
| Aan de mijtval kan afgelezen worden hoe het staat met de mijtenpopulatie in een bijenvolk. Door het aantal gevallen mijten te tellen kunt u de infectiegraad bepalen. Voorwaarde is wel dat er een gaasbodem met bodemplank wordt gebruikt. De zogenaamde varroa-bodem. Het aantal mijten kan worden vermenigvuldigd met een omrekenfactor om tot de infectiegraad te komen. Deze omrekeningsfactor hangt af van de toestand van het volk en van het seizoen. PPO bijen adviseert in de winter de DNM maal 400 en in de zomer de DNM maal 30. (DNM = Dagelijkse Natuurlijke Mijtval) |
|
|
|
Herkomst van Varroa destructor |
|
De oorspronkelijke gastheer van Varroa d. is de Aziatische honingbij Apis cerana. Door de eeuwenlange co-evolutie van deze twee soorten is er een natuurlijke balans in de relatie ontstaan. Er is sprake van een zekere mate van resistentie en tolerantie. In een doorsnee Apis cerana volk komen over het algemeen niet meer dan 800 mijten voor. Dit heeft waarschijnlijk te maken met twee factoren die we kennen. Varroa d. plant zich niet voort in werkstercellen en darrenbroed is korter en in minder grote aantallen in het volk aanwezig. Daarnaast vertonen de Aziatische bijen ook bepaalde (hygienische) gedragingen die we niet zien bij de Europese bij. |
| 1. Ontzegelen en verwijderen van geparasiteerd werksterbroed. Wanneer er werksterbroed geinfecteerd lijkt te zijn, openen de bijen de cellen en geven de mijten de kans om uit de cel te kruipen. Doen ze dit dan worden de cellen opnieuw gesloten. Doen ze dit niet dan wordt de pop opgeruimd. |
| 2. Entombing. Darren die zijn aangetast door meerdere mijten hebben soms de kracht niet om de deksels van de cellen te openen. Werksters laten deze cellen links liggen zodat darren als het ware levend worden begraven. Een kwart van de mijtenpopulatie kan op deze manier worden vernietigd. |
| 3. Grooming. Intensief poetsgedrag waarbij de mijten van het lichaam van de bij worden gepoetst. De effectiviteit hiervan is laag omdat de mijten geleerd hebben zich roerloos te houden en op plaatsen zitten die moeilijk bereikbaar zijn. |
| 4. Het nest verlaten als de infectie te sterk wordt. |
| |
|
Behandeling |
| Helaas moeten onze volken jaarlijks behandeld worden om massale sterfte tegen te gaan. Goed nieuws is dat er effectieve middelen op de markt zijn die de mijtenpopulatie goed onder controle kunnen houden. |
|
Er zijn diverse chemische insecticiden die effectief werken tegen mijten echter, de meeste ervan zijn vanwege hun hoge persistentie (moeilijk afbreekbaar) niet toegestaan. Zij zullen daarom verder niet aan bod komen. De volgende middelen hebben een lage persistentie en daarom geschikt als bestrijdingsmiddel. Hiervan zijn er ook enkelen voor de wet niet toegestaan. |
|
Mierenzuur |
| Werkzaam bestanddeel: Mierenzuur (CH2O2) |
| Werking: doodt de mijten op de bijen, werkt tevens door in het broed |
| Toepassing: Nassenheide verdamper, Flesverdamper, sponsdoek. (65% of 85%) |
| Residuvomring: in honing (geur), niet in was en propolis |
| Resistenite: Onwaarschijnlijk (basiscomponent stofwisseling) |
| Schadelijkheid voor bijen: kan schadelijk zijn, kans op verlies koningin |
| Schadelijkheid voor mensen: Ja. Corrosief. |
| Effectiviteit: 85-95 %, afhankelijk van toepassing |
| |
| Oxaalzuur |
| Werkzaam bestanddeel: Oxaalzuur (C2H2O4) |
| Werking: doodt de mijten op de bijen |
| Toepassing: druppelen, vernevelen (3%), verdampen (varrox verdamper) |
| Residuvomring: niet in honing, niet in was en propolis |
| Resistenite: Onwaarschijnlijk |
| Schadelijkheid voor bijen: druppelen kan schade veroorzaken, vernevelen en verdampen nauwelijks |
| Schadelijkheid voor mensen: Ja. Giftig. Niet in zeer kleine hoeveelheden |
| Effectiviteit: 90-99 %, afhankelijk van toepassing | |
| Melkzuur |
| Werkzaam bestanddeel: Melkzuur (C3H6O3) |
| Werking: doodt de mijten op de bijen |
| Toepassing: vernevelen (15%) 5 ml per raamkant |
| Residuvomring: in honing |
| Resistenite: Onwaarschijnlijk |
| Schadelijkheid voor bijen: kan schadelijk zijn bij hogere concentraties |
| Schadelijkheid voor mensen: Nauwelijks schadelijk in verdunde oplossing |
| Effectiviteit: 75-95 %, afhankelijk van toepassing | |
| Apivar |
| Werkzaam bestanddeel: Thymol (74%) Eucalyptol (16%) Mentol (4%) Kampfer (4%) |
| Werking: doodt de mijten op de bijen |
| Toepassing: verdampen, boven 12 graden celsius |
| Residuvomring: in honing en was |
| Resistenite: op lange termijn niet uit te sluiten |
| Schadelijkheid voor bijen: sterk afhankelijk van temperatuur (optimaal tussen 15 en 20 graden) |
| Schadelijkheid voor mensen: Nauwelijks schadelijk |
| Effectiviteit: 90 %, combinatie met andere methoden aan te raden | |
| Apiguard |
| Werkzaam bestanddeel: Thymol (gel) |
| Werking: doodt de mijten op de bijen |
| Toepassing: geleidelijke veradamping |
| Residuvomring: onwaarschijnlijk (verandert de nestgeur) |
| Resistenite: waarschijnlijk bij grootschalig gebruik |
| Schadelijkheid voor bijen: sterk afhankelijk van temperatuur (optimaal tussen 15 en 20 graden) |
| Schadelijkheid voor mensen: Nauwelijks schadelijk |
| Effectiviteit: 90 %, combinatie met andere methoden aan te raden | |
| Bronvermelding: Varroa destructor, beheersing in de bijenteeltpraktijk, door: F. Jacobs, O. van laere, C. Simoens en D. de Graaf. |
|
Download ook de brochure van PPO bijen: http://documents.plant.wur.nl/ppo/bijen/varroa_2006.pdf |
| |
| |
|