Tropilaelaps spp. is een mijt die van oorsprong voorkomt in Azië op de reuzebij Apis dorsata. Ze is overgestapt op de Europese bij en bij constatering aangifteplichtig. Ze komt ook voor bij andere aziatische bijensoorten zoals Apis florea, A. cerana en A. laboriosa. Er werd gedacht dat ze alleen in deze tropische regionen voorkomt maar de exacte verspreiding lijkt niet geheel bekend. Bij T. clareae is het vrouwtjes roodbruin en ongeveer 1 mm bij 0.6 mm. Mannetjes zijn ongeveer even groot als het vrouwtje. Bij T. koenigerum is het vrouwtje iets kleiner 0.7 bij 0.5 mm en licht bruin en de mannetjes veel kleiner.
Tropilaelaps naast Varroa d. Tropilaelaps op bij
Levenscyclus
De levenscyclus is ongeveer gelijk aan die van Varroa destructor maar:
- Tropilaelaps heeft een snellere reproductie. Dit omdat ze zich sneller ontwikkelen en minder lang op de volwassen bij blijven zitten. In een zelfde volk zou Tropilaelaps zich 25 keer sneller ontwikkelen als Varroa d.
- De ontwikkeling van larve tot volwassen mijt gebeurt in ongeveer zes dagen. Als de volwassen bij uitloopt gaat de moeder en de reeds volwassen kinderen op zoek naar een nieuwe gastcel. Er zijn eens 14 volwassen mijten en 10 mijten nog in een nymphe stadium in één cel aangetroffen.
- Tropilaelaps kan zich niet voeden op de volwassen bij omdat ze daar niet de stekende monddelen voor heeft zoals de varroa mijt. Daarom gaan de mijten zsm op zoek naar een nieuwe cel en blijven ze zelden langer dan 2 dagen op de bij.
- Vrouwelijke mijten die eitjes dragen, sterven binnen twee dagen als ze hun eitjes niet kunnen leggen. Hierdoor zijn tropilaelaps mijten minder goed bestand tegen broedloze perioden in een bijenvolk.
- De mijten zijn erg mobiel en kunnen zich gemakkelijk verplaatsen binnen de kast en op de bijen.