| Sitemap |   
De honingbij, Apis mellifera De honingbij, Apis mellifera
Bijengezondheid Bijengezondheid
Parasitologie Parasitologie
Bijenziekten Bijenziekten
Acariose
Amerikaans vuilbroed
Amoebeziekte
Bijenluis
Europees vuilbroed
Meiziekte
Nosemose
Schimmelziekten
'Schwartzsucht'
Wasmot
Varroase
Virusziekten
Toekomstige bedreigingen Toekomstige bedreigingen

 

Nosema apis & ceranae    

Nosema apis is een eencellige pararsiet die zich manifesteert in de middendarm van de honingbij. Nosema apis komt wereldwijd voor. Het ziektebeeld dat Nosema apis veroorzaakt, is al zeer lang bekend maar pas in de negentiende eeuw stelde Donhoff & Leuckart vast dat de ziekte werd overgedragen door 'ovale lichaampjes'.(de sporen, lengte 5µm-breedte 3µm)   
      

Bovenstaande afbeeldingen zijn van de sporen van Nosema apis. Het zijn deze sporen die door de bijen worden opgenomen bij het poetsen van de cellen. De opgenomen sporen komen via de honingmaag en de proventriculus als pakketjes de maagdarm binnen waar ze ontkiemen. Uit de spore komt een draad die meer dan 100 maal zo lang kan zijn als de spore. Deze 'pooldraad' reikt tot aan het darmepitheel en via deze draad komen de ziektekiemen (sporoplasma's) bij de darmwandcellen en dringen die binnen. In deze epitheelcellen van de maagdarm vindt dan via diverse stappen (merogonie en sporogonie) de sporevorming plaats. (zie afbeelding linksonder)

 

Om de infectiegraad van nosema vast te stellen kunt u het volgende doen. Vang dertig vliegbijen van de plank en scheidt de achterlijven van de rest van het lichaam. Voeg per bij 1 ml fysiologische zoutoplossing toe (0,9% NaCl).  Stamp de achterlijven grondig fijn in de zoutoplossing en meng goed. Breng daarna een druppel uit de fijngestampte brij op een objectglas. Leg een dekglaasje en bekijk het onder een vergroting van 400 maal. Wanneer u iets ziet zoals de rechter foto (boven) is dat niet fraai.

infectiegraad 1 +- 10 sporen in het gezichtsveld
infectiegraad 2 +- 50 sporen in het gezichtsveld
infectiegraad 3 +- 150 sporen in gezichtsveld 
infectiegraad 4  de ene spore na de andere
                                           

                
        Paarsgekleurd = geïnfecteerd darmweefsel                              Gezond darmweefsel

Ziektebeeld 

Doordat de maagdarm aangetast is, zal ze minder goed gaan functioneren. Het secreterend vermogen van de epitheelcellen verslechtert en de cellen verslijten sneller. Het achterlijf zwelt op en de darm krijgt een witte kleur. Op de afbeeling linksonder ziet u rechts een gezonde, donker gekleurde darm en links een gezwollen en witte zieke darm. Tevens kan een geïnfecteerde bij geen goed eiwit-vetlichaam meer aanleggen.

 

In de heamolymphe neemt het aantal eiwit gebonden aminozuren af. Het drogestofgewicht neemt af en de vetsamenstelling verandert. Door de aanmaak van het parasitaire materiaal in de darm en de verlechterde opname van voedingsstoffen raakt de bij uitgeput. Een nosema zieke bij leeft daarom ook korter.

 Diagnose

Wat als eerste op kan vallen is dat de vliegopening en ook de ramen besmeurd zijn met ontlasting. De verhouding tussen volwassen bijen en broed kan uit balans zijn als zieke vliegbijen buiten de kast sterven. Voor en in de kast ziet u mogelijk uitgeputte bijen en bijen met gezwollen achterlijf. Uiteraard groeien 'nosema volken' minder snel. Elk van deze signalen kan voldoende zijn om een microscopisch onderzoek te starten. Te beginnen met het vangen van 30 bijen.   

 

Behandeling

Door de bijen te voeren (200-300 gram per volk) met een suikeroplossing waarin 1 gram Fumidil B per liter  water is gemengd, treedt er een duidelijke vermindering van de sporevorming op. De bij geneest niet maar de infectie wordt sterk geremd. 

 

Preventie 

Zorg ervoor dat uw materiaal schoon is en desinfecteer ieder jaar de materialen die u gaat gebruiken. Nosema sporen sterven af bij 70 graden Celsius dus uitkoken en afflamberen komen in aanmerking. Om de raten te ontsmetten kunt u ijsazijn gebruiken. De beste remedie blijft echter nog altijd sterke volken kweken. Zorgdragen voor een gevarieerd en kwalitatief stuifmeel aanbod helpt nosema te voorkomen.   

 

Nosema ceranae

In 1996 is Nosema ceranae voor het eerst omschreven als een parasiet die voorkomt in de aziatische bij, Apis ceranae. Echter in 2005 werd door Chinese onderzoekers vastgesteld dat Nosema ceranae ook voorkwam in Apis mellifera volken in Taiwan. In dat zelfde jaar werd door het Castilla - La Mancha bijeninstituut in Spanje aangetoond dat Nosema ceranae ook voorkomt in de westerse honingbij. Ondertussen is aantgetoond dat N. ceranae voorkomt in 8 van de tien getestte bijenstanden in Duitsland. Onderzoek in Spanje (2006)  heeft voorlopig de volgende inzichten verschaft:  

- N. ceranae heeft een soortgelijke levenscyclus als N apis.
- N. ceranae lijkt niet seizoensgenbonden te zijn zoals N. apis, dat pieken kent door groei na schaarste.
- N. ceranae heeft een kortere werktijd, maw de bij heeft er sneller last van.
- N. ceranae lijkt de broedlengte te verlengen
- N. ceranae lijkt geen van de volgende signalen te vertonen: krabbelaars, dik achterlijf of dysenterie  
De twee verschillende soorten kunnen met gewone microscopische technieken vrijwel niet worden onderscheden. Om zeker te zijn, zijn moleculair genetische methoden nodig. Het voorgaande roept de volgende vragen op: Wat is de precieze herkomst van N. ceranae? Is de ziekte daadwerkelijk verantwoordelijk voor het verlies van volken? Is het onderscheid er altijd al geweest en kunnen we slechts pas sinds kort dit onderscheid maken? Er zal meer onderzoek nodig zijn om op deze vragen een antwoord te krijgen. Op deze plek op de site zullen we u op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen voor wat betreft Nosema ceranae.     
 
 
 
 

 

   

Home Contact Advies Training Coaching