Het CBPV virus is ongeveer 20 bij 30 tot 60 nm. Over het algemeen wordt aangenomen dat de verspreiding van het virus wereldwijd is. Bij een sterke Varroa aantasting kan er gemakkelijker een CBPV infectie optreden. De ontlasting van een zieke bij bevat virusdeeltjes. Bij het schoonmaken van de cellen en de kast worden de virusdeeltjes verspreidt door het volk. Tevens kunnen de virussen worden verspreidt door contact tussen bijen.
Ziektebeeld
Bij een infectie met het CBPV ziet u bijen met trillend lichaam en vleugels. De bijen kunnen niet vliegen en kruipen rond op de grond en in begroeing. De bijen kunnen een gezwollen achterlijf hebben. Tevens komt er zwartkleuring van bijen voor door haarverlies. Deze zwarte bijen kunnen vaak nog wel vliegen maar worden bij het ingaan van de kast lastig gevallen of zelfs gedood door de wachters van het volk. (zwartkleuring kan ook diverse andere redenen hebben. Zie 'Schwartzsucht'.)
Zwartgekleurde, haarloze bij.
Behandeling
Omdat de gevoeligheid voor dit virus erfelijk bepaald is, kan het vervangen van de moer een goede mogelijkheid zijn. Broeder Adam geeft in zijn werk over de teelt van de honingbij ook aan dat verlammingsverschijnselen bij de bijen door selectie te voorkomen waren. We weten natuurlijk niet precies of de verlammingsverschijnselen die hij waarnam veroorzaakt werden door het CBPV. Ook een directe behandeling tegen Varroa is aan te raden omdat een zware Varroa infectie aan de basis kan staan van een CBPV infectie.