Hommels behoren tot dezelfde orde en familie als de honingbij, namelijk tot de orde vliesvleugeligen (hymenoptera) en tot de familie bij-achtigen (Apidae). Het zijn dus als het ware neven en nichten. Hommels worden veel gebruikt voor de bestuiving van gewassen, waarbij ze uitstekend dienst doen. Hommels overwinteren anders dan bijen. Alleen de koningin van een volk overleeft. Ze graaft zich in om de winter door te komen en begint in het voorjaar een nieuw nest. Tegenwoordig zijn door nieuwe teeltmethoden hommels het gehele jaar beschikbaar. In de vrije natuur vliegen hommels en bijen op veel dezelfde bloemen. Deze bloemen worden ook nog door andere insecten bevlogen bijvoorbeeld door zweefvliegen. De combinatie van de verschillende bestuivende insecten helpt de plant om zich goed te kunnen voortplanten.
Hommels hebben zo als voordeel dat ze vliegen bij lage temperaturen. Bijen hebben weer als voordeel dat ze met veel individuen zijn zodat ze in een korte periode veel bloemen kunnen bestuiven. Doordat de plant door beide insecten wordt bestoven, heeft zij er dus de meeste voordeel van.
Temperatuur
Bijen vliegen vanaf tien graden, er blijven dan wel veel bijen thuis om het nest te verwarmen. Ook bij lagere temperaturen kunt u nog bijen zien vliegen op en mooie zonnige dag. Een temperatuur tussen 18 en 24 graden is optimaal. Dit geldt ook voor hommels, zij zijn echter beter bestand tegen lagere temperaturen. Het nest van hommels zal bij lagere temperaturen ook verwarmd worden, zodat bij koude het aantal uitvliegende hommels lager is dan bij hogere temperaturen.
Lichtintensiteit
Van hommels is bekend dat ze actief blijven bij lage lichtintensiteit en bij bewolking. Van bijen wordt soms gezegd dat ze stoppen met vliegen als er geen zon is omdat ze zich oriėnteren aan de hand van de stand van de zon. Bijen kunnen zich onder bewolking nog steeds prima oriėnteren, dit kunnen ze omdat ze gepolariseerd licht waarnemen waaruit ze de stand van de zon kunnen afleiden. Natuurlijk is het zo dat een bewolkte hemel niet optimaal is voor bijen. Hier is de combinatie van bestuivers voor de plant ook weer profijtelijk. Bij minder gunstige klimatologische omstandigheden gaat de bestuiving door vanwege de activiteit van de hommels en zodra het mooi weer wordt kan er snel veel werk worden verricht door bijen. Onder glas kunnen bijen zich redelijk tot goed oriėnteren. In plastic tunnels waar minder licht doorvalt dan door glas dienen de bijenkasten op duidelijk zichtbare plaatsen te worden gezet.
Wind
Hommels kunnen vliegen bij hogere windkrachten dan bijen maar zowel hommels als bijen zullen bij sterke wind minder vliegen.
Bloembezoek
Bijen zijn bloemvast, dit betekent dat als ze eenmaal op een bloembed vliegen, hierop blijven vliegen tot het 'geoogst' is. Hommels daarentegen zijn niet bloemvast. Een enkele hommel bezoekt echter weer meer bloemen per minuut dan een enkele bij.
Opbrengst en vruchtkwaliteit
Een goede bestuiving zorgt voor zwaardere en mooiere vruchten. De hommel heeft hier als nadeel dat ze door haar gewicht en omvang bij sommige teelten het vruchtbeginsel kan beschadigen wat zichtbaar blijft op de vruchten.
De ideale combinatie
Zoals u in het voorgaande kunt lezen, is voor de bestuiving van de meeste gewassen een combinatie van bijen en hommels ideaal. Samen zorgen ze voor een optimaal bloembezoek op alle momenten van de dag.